Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658

De Claechlieden Ieremiae - voorreden aende vervolgde Christenen

Ghy die geslagen wort van Babels roode handen
Gelovich Taborijt, beroemde Voltolijn,
Stantvastich Aquitaen, getrouwe Palatijn,
Ah! plotselijck ontset van luyden en van landen:

Ghy die wat lager daelt tot onse vochte stranden
Betemmer vande Roer, aen-Clever vanden Rijn.
Van coren en van volck wel-eer het magazijn,
Nu jammerlijck verwoest met snijden ende branden:

Eylaes! het is om u, het is om uwen druck
Dat in mijn versen valt so menich droeve snuck,
En pijnelijcken traen. en troosteloose clachte.

Bekeert u, 't is noch tijt. oock ghy mijn Vader-lant
Bekeert u, so ghy wilt ontgacn gelijcken stantl,
En spiegelt u aen haer, so spiegelt ghy u sachte).


Bron: Bloemlezing uit de Over-Ysselsche Sangen en Dichten vanJacobus Revius / J. Revius, W.J.C. Buitendijk, J. vanVloten. - Derde oplage. - Zutphen : W.J. Thieme & Cie,[s.a.]. - (Klassiek Letterkundig Pantheon ; 78)
Bundel: Over-Ysselsche sangen en dichten. - Deventer, 1630/1634

Coster-pagina