Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658

David

K'en weet niet of u luyt, o Orpheu, conde rueren
T'vernuftelose vee en t'ore-lose wout,
K'geloof niet dat u harp, Amphion, steen en hout
Dee rollen na het snoer van Thebes eerste mueren:

Ick twijfel of u spel, Arion, conde stueren
Den gladden tuymelaer door t'wemelende sout.
Wie weet oock seker of de hemels seven-vout
Met deunende geschal haer lichten omme-vueren?

Dit weet' ick, dat den clanck, o David, uwer psalmen,
Gods donderende hant heeft menichmael doen calmen,
Verwinnende diet al heeft onder sijn gebot.

Is yemant soo verwaent dat hy u tonen laket,
Ick seg (dewijl hem Gods vermaken niet en smaket)
Dat hy niet wijs en is, of wijser is als God.


Bron: Bloemlezing uit de Over-Ysselsche Sangen en Dichten vanJacobus Revius / J. Revius, W.J.C. Buitendijk, J. vanVloten. - Derde oplage. - Zutphen : W.J. Thieme & Cie,[s.a.]. - (Klassiek Letterkundig Pantheon ; 78)
Bundel: Over-Ysselsche sangen en dichten. - Deventer, 1630/1634

Coster-pagina