Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658

Leven

Dit leven is gants niet, om dat de zware sonden,
Van blijschap en geluck het maken naeckt en bloot,
Dit leven is gants niet, om dat van sâmoeders schoot
Den mensch tot in het graf met smerten is gebonden.
Dit leven is gants niet, om dat te geenen stonden
Die tâleven heeft ontfaen is seker voor de doot,
Dit leven is gants niet, om dattet als een cloot
Rolt stadich na het eyndâ en snellijck is verswonden.
Dit leven is gants niet, om dat gelijck vergaen
De wijse met den dwaes, de goede met de quaen,
En huyden leyt hy neer die gister was verheven.
Dit leven is al veel (wanneerment wel betracht)
Om datmen seker hoopt enveylichlijck verwacht
Wel levende alhier, hiernamaels tâeeuwich leven.


Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

Coster-pagina