Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658

Maria by 't cruyce

Gelijck de witte swaen aen Strymonis fonteyne
Bevindende haer jong' verhangen in een strick
Vergeet haer soeten sang' en in een ogenblic
De vleugelen na-sleept en wandelet alleyne.

Soo sach de cuysche maecht met droefheyt ongemeyne
Haer Sone aen het cruys gehechtet wredelick,
Nu buygende het hooft en by den lesten snick,
Wtgietende zijn bloet om ons te maken reyne.

Een heete tranen-vloet haer wt de ogen sprang
Een wtgetogen sweert door hare siele drang
Aenschouwende haer vrucht, aenschouwende de scharen.

Het crachtige geloof weerhieltse in dien noot
Dat zy niet met haer kint en smakede de doot:
Noch leetse meer als oyt de grootste martelaren.


Bron: Bloemlezing uit de Over-Ysselsche Sangen en Dichten van Jacobus Revius / J. Revius, W.J.C. Buitendijk, J. van Vloten. - Derde oplage. - Zutphen : W.J. Thieme & Cie, [s.a.]. - (Klassiek Letterkundig Pantheon ; 78)
Bundel: Over-Ysselsche sangen en dichten. - Deventer, 1630/1634

Coster-pagina