Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658

Opweckinge

Urania, voogdes der hooge Sangerinnnen
Heeft onlangs door den creyts vant bondich Nederlant
Een snel-gewieckte boo wt Helicon gesant
Aen alle die haer gunst (constlievende) beminnen,
En prestse, datse (nu of nimmermeer) beginnen
Te nemen yverich de veder inde hant
Tot roem van onsen Mars, die aende Mase-cant
Sijn vyant en de haer dees somer quam verwinnen.
Wie op het suyverste sijn maten heeft gestelt
Diens veersen wilse aen het hooch lazuyren velt
Ter eeren vanden Prins met goude sterren schryven,
En de gedachtenis des dichters die 'tsoo raemt
Sal neven onsen helt waer hy oock wert genaemt
Geduyrichlijck bewaert en onvergeten blijven.


Bron: Bloemlezing uit de Over-Ysselsche Sangen en Dichten van Jacobus Revius / J. Revius, W.J.C. Buitendijk, J. van Vloten. - Derde oplage. - Zutphen : W.J. Thieme & Cie, [s.a.]. - (Klassiek Letterkundig Pantheon ; 78)
Bundel: Over-Ysselsche sangen en dichten. - Deventer, 1630/1634

Coster-pagina