DE AREND

De koninklike Vogel op
     der rotsen top gezeten
heeft grootsch en kalm de zon bezien
     en d'hemelen gemeten.

Maar sluikend en venijnig komt
     de onedele Slang gekropen
en spiedt. En op den oogenblik
     dat hij de vlerk wijd open

zijn vlucht reedt naar zijn koninkrijk
     in 't glanzend zonneschingen,
gelijk een vere prangen hem
     verraderlike ringen.

Almachtig stijgt hij in de lucht
     door zonneglans beschongen;
maar pijnlik lekt hem de open borst
     't venijn van vurige tongen.

Stijg voort, o edele Eerzuchtige,
     uw breede baan doorvaard,
en dat hij bijte -- 't is uw lot! --
     die lage Eerzuchtigaard!



Albrecht Rodenbach
(1878)


Ingezonden door Vital Debroey
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster