KONING FREYER

III

Het lag een donkere nacht gespreid op slot en zee en landen.
       En al wat leefde lag in diepen slaap.
Maar in des grooten Högne 's lijf was onrust met den slaap
       aan 't kampen, en hij druilde en droomde pijnlik.
Voor dat hij op de legersteÍ zijn moede leden strekte,
       bezag hij langen tijd ter koele venster
de zwartgeplekte donkerheid des hemels, en hij horkte
       naar 't ver geruisch van 't rustelooze zeerot,
en zweeg in sombre mijmering. Dan, bij 't roode licht der toortse
       die spokkend in haar bronzen handhaaf brandde,
bezag hij lange en tederlik zijn vrouw, de schoone Hilde,
       en in de wieg den blonden Ragenär,
zijn trots en Hilde 's vreugd, en sprak geen woord, maar zij hem
       omarmend diep in de oogen schouwde, zag zij,
stom antwoord op de stomme vraag, des krijgers oogen vochtig.
       Hij plaatste helm en schild en goede zweerd
bij 't bedde, en hong zijn harnas grijs en glimmend op de wapens.
       Want zijne ziele pijnde met het knagen
des voorgevoelen, waarschuwing van 't onverbiddelik Noodlot.
       En lange plaagde hem de slaaploosheid,
en wrong hij zijne leden op de kussens in het deksel,
       en rechtte zich en horkte naar de zee.
En, nevens hem, leed van zijn leed zijn vrouw de schoone Hilde,
       en, om zijne ongerustheid ongerust,
vroeg zij de reden, bad en knees en zuchtte, tot zij eindlik
       het somber voorgevoelen deelen mocht,
en, zelf verschrikt, aan 't troosten ging gelijk de Vrouw kan troosten,
       ter hulp onmachtig, maar den man zijn krachten,
bij 't storten harer tederheên, tiendubbelend. En langzaam
       verwon de vaak des koenen helds gedachten,
en spreidde door zijn moede leên die rustelooze slaap
       waarbij de geest, half wakker half in sluimer,
in wanstaltige schepping nog zijn koortsig werken voortzet.
       En over hem gebogen hoorde Hilde,
met ongeruste ziel en de ooge ompereld en onmeveld,
       onduidelik woorden op zijn lippen zweven...


Albrecht Rodenbach
(1878)


Ingezonden door Vital Debroey
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster