HET KERELSKIND

--Van waar koms du getreden
zoo laat door rein en wind,
van waar koms du getreden,
aleen, du blonde kind?

-- Du smidje van den woude,
ik kome van het veld
waar vader heeft gestreden,
waar vader ligt geveld.

-- Lo! viel hij, 't was met eere,
dijn vader welbemind.
Wat bergt dijn blauwe schabbe,
du arrem heldenkind?

-- Du smidje, 't zijn de scherven
van vaders goede zweerd;
du zals het mi hersmeden:
het is 't hersmeden weerd.

-- 'k Hersmede het di sterker
dan 't vaders hand ooit zwong.
Maar, waartoe wilt 't di dienen?
du best zoo bitter jong.

-- Du smidje van den woude,
bij Lo! du ne best nie' vroed:
mijn vader wille ik wreken
met stroomen walenbloed.


Albrecht Rodenbach
(1876)


Ingezonden door Vital Debroey
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster