DE ZWANE

Des hemels spiegel, mild en frisch
    de lucht in 't ronde lavend,
daar ligt de vijver maagdelik schoon
    in stillen zomeravond.

En kalm in haren avondlust,
    bij 't zoet gesching der mane,
ligt langzaam drijvend op het meer
    de droomerige Zwane.

De dichterlike vogel mint
    het maagdelike water,
en baadt wellustig, spiegelt, drinkt,
    aanhoort het lief geklater.

En onbewust bemint hem 't meer
    en streelt zijn blanke veder,
en klatert zacht en spiegelt hem
    zoo teêr zijn beeldnis weder.

Doch weiger en bescheiden in
    bewondering verslonden,
nooit heeft des vogels reine min
   die maagdelikheid geschonden.


Albrecht Rodenbach
(1878)


Ingezonden door Vital Debroey
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster