Anthonis de Roovere (gest. 1482)

Refereij van berouwe

Ontfermhertichste here die noit genadeloos
En waert, zijt, noch hope ic werden en sult,
Verstroost mijn siele, ni wesende radeloos,
Dat sij bij u mach commen schadeloos!
Tsvijandts tempteren mij laes heeft verdult!
Wien wil ickt wijten? t Is al mijn schult:
Bij sober weijsheijt veel sonden bedreven,
Met hen die deucht deden gegheckt ghedrult,
Met sondighen aze mijn lijf ghevult!
Mij beroudt soe hertelijck mijn sondich leven!

Hebt ghij oijdt, goddelijcke consistorie,
Bemint de salichheijt van manne van wijve,
Oft wijsheijt gegheven der suijverlijcker memorie,
Seijnde mij wijsheijt uut uwer glorie,
Dat doch mijn siele behouden blijve,
Wanneer si scheijden moet uuten lijve!
Ontfermhertichste ontfermherticheijt, wilt se aencleven
Als gheneselijckste confectie confortatijve,
Niet vonnissende naer mijn wercx bedrijve!
Mij beroudt soe hertelijck mijn sondich leven!

O Passie, o doodt, hoe bloedighe wonden!
Hebt ghij uut uwer vaderlijcke herten vrij
Den Publicaen gegheven, so scriftueren oirconden,
Ontfermherticheijt, mids dberou in hem bevonden,
Hoe sult ghi dan ontfermherticheijt weijgheren mij?
Mij dunckt, o heere, en ick blijver bij,
Is in mij tmisdoen, in u is tvergheven!
Ick en ben niet meer steen dan sij!
Ontfermt mijns dan, meer is in dij!
Mij beroudt soe hertelijck mijn sondich leven!

O Prinche, al heb ick te menighen tijden,
Mijnre sielen salichheijt gheselt bezijden,
Ende in een groot perijckele ghedreven,
Mij beroudt soe hertelijck mijn sondich leven!
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina