Lukas Schermer (1688-1711)

Klinkdicht op Amaril

Daar Amarillis in de lommer van de boomen
   Was neergezeten by een springende fontein,
   En lepte uit eene schulp het stroomend kristalein,
Is Coridon ontvonkt door haar gelaat gekoomen;

O schoone! zucht hy, zal ik eeuwig moeten droomen
   Op uw genegenheit, zalík altoos hooploos zyn,
   Dat gy na zo veel haat myn brand en minnepyn
Verzachten zult en uw afkeerigheit betoomen.

   ít Is lang genoeg getreurt, beminde Coridon!
   Spreek Amaril, zit neer by deze zilvre bron,
Ontfang myn wedermin met deze liefdekussen

   Ik toetste maar uw menu, dien vinde ik zonder vlek,
Gy kunt uw brandt op myn albaste kaaken blussen.
   Neen, sprak hy, Amaril ik scheer met u de Gek.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina