Barend de Schutter

De schoolmeester (Gerrit vande Linde)

Krijgsromance uit den ouden tijd, verhaald door een vader aan zijn zoon Jasper.

Ziet gy dien heldenstoet, mijn zoon!
    Die langs de straten wandelt,
En dien een dankbaar volk om 't zeerst
  Met consideratie behandelt?

En ziet gy dien Tamboer-Majoor,
  Met een muts op, zoo hoog als een trommel?
Tamboers en Pijpers staan onder hem,
  En zy vreezen hem als den drommel.

En hoort gy 't daavrend tromgedruisch
  Wel dier muzykale dapperen?
En 't vleugelfladderend handgeklap,
  Dat 's lands vaandel maakt in 't wapperen?

Ziet gy die schaar aan deur en raam
  En hellend dak vergaderd?
Die tranen stort of haar neusdoek zwaait,
  Naar mate de legerspits nadert?

En merkt gy wel, wat menige spruit
  Reeds verzocht heeft aan een van zijn ouders?
Men ziet byna geen vader hier,
  Die geen kinderen torscht op zijn schouders.

Ziet gy dien officier, mijn telg!
  Die, ginds te paard gezeten,
Door ieder, die hem hier omring,
  "O Overste!" wordt geheeten?

Hy draagt vergeefs geen krijgsrapier,
  Mitsgaders twee pistolen,
Waar hy den dood op 't lijf meê jaagt
  Aan Belgen, mijn zoon, en Spanjolen,

En ziet gy d'anderen officier,
  Die, met twee epauletten,
De legermacht, aan hem toevertrouwd,
  In beweging weet te zetten?

Dit is een heldenpaar, mijn kind!
  Verschrikbaar koen in 't strijden;
Doch die zich in den vrede thands
  Met ons en mamalief verblijden.

Dit is Kapitein en Kolonel,
  De hoogste en hachlijkste ampten,
Waarvoor, in heilig vuur ontgloeid,
  Met elkaêr twee schutters ooit kampten,

Doch merkt gy, hoe die krijgsgoôn nu
  Hun ziedend bloed bedwingen,
En er haast nog makker uitzien dan
  Een bejaard paar ouderlingen?

Zy groeten ieder zeer beleefd,
  Affabel, mijn zoon, voor hun minderen:
Ginds komt zelfs den Kolonel zijn vrouw
  Met de baker aan en de kinderen.

Zijn kroost werpt hy een handkus toe,
  Zijn gade een blik vol vrede;
Doch den zuigling neemt hy en passant
  Onder-de-man op 't slagveld mede.

Het slagveld meen ik een stuk lands
  Door vaderlandslievende Heeren,
Aan de Stadsschuttery per maand verhuurd,
  Om te schieten en te excerceeren.

Met Schuttery meen 'k een armee,
  Gedoscht in lakense rokken,
Met een witte broek aan by mooi weêr,
  Doch een blaauwe, als de lucht is betrokken.

Met Schutter meen 'k een ambachtsman,
  Of wel een dier groote heeren,
Die nimmer naar de parade gaan,
  Of zy laten zich vooraf scheren.

Een Schutter geeft met vreugd zijn tijd,
  Dien hy missen kan van zijn zaken,
Om zich tot oirbaar van het Land
  Familiair met de krijgskunst te maken.

Hy weet behendig, waardste spruit!
  Zijn snaphaan af te schieten
Op 's vijands bataillon carré,
  Zonder iemand zijn bloed te vergieten.

Voor zwaard noch vuur is hy beducht:
  Hy eet, om zoo te spreken,
De kogels, die een ander mensch
  Zijn beenen of lendenen breken,

Men vraagt hem daarom vaak in 't vuur:
  "Is mijnheer soms een salamander?"
Doch "simplex veri sigillum," zegt hy:
  "Neen, vyand! Ik ben plattelander."

Doch 'k zal, mijn kind, onder 't huiswaarts gaan.
  Van een schutter iets fraais u verhalen!
Ter uitspanning zoudt gy het op uw school
  In 't Russisch kunnen vertalen.

't Gewaagt van 't roekeloost wapenfeit,
  Te lang om hier te vermelden,
Doch 't geen der krijgsglans overtreft
  Van de fabelachtigste helden.

Achilles, Cromwell, Melpomeen,
  Benevens de Thermopielen,
Hebben hier zooveel een hand water by
  Als A&176;. 30 de Belgen in kielen.

Gy moet dan weten, dierbre telg!
  Dat eens op een Woensdag-morgen,
Den Schutter op het oorlogsveld
  Voor 's Lands welzijn stond te zorgen.

Want hy was op de wacht, mijn spruit!
  Of liever, op de patrouille.
patrouille is 's nachts de ronde te doen
  Tot schrik van 's Lands vijanden, voel je?
barend.jpg
      Daar stond hy in zijn schilderhuis
        Te rooken, dit puik der soldaten.
Hy had met vreugd, in 's Lands veegen nood,
  Zijn affaire en zijn huisgoôn verlagen:

       Met vreugd zijn winkel en zijn vak
         Aan zijn weduw opgedragen,
       En snikte: "armis toga zeg je maar,
   Als een klant soms naar me mocht vragen."

     Daar stond hy nu met zijn stoppelbaard
       En knevels aan als een borstel,
     En riep : "kom, vijand! val me maar aan,
      "Om te zien, hoe ik voor 't vaderland worstel."

      En fluks komt dravend op hem af
        Een Heer te paard gezeten,
      Een mensch met een dikke rijbroek aan,
        Doch totaal in den krijgsdienst versleten.

      - "Qui vive!" roept de vyand uit:
       "Rendez-vous, ventreblen, vieille vache!" -
"Rendez-vous met je grootmoeder, weergaêsche Kees!"
  Roept de Schutter, met een stem als Lablache.

      "Al hoort UE. onder 't paardevolk,
        "En ik onder de voetsoldaten,
      "Ik geef om UE. en uw merrie geen duit,
        "Die keurhengst zal hier u niet baten."

       - "Parbleu caniversta meneer!
        "Qui vive! vous pas comprendre."
-"'k Versta perfekt; as je my niet verstaat,
 "Zoo zend me terstond maar een andre.

   "Of hoort gy 't onverbasterd bloed
     "Van mijn nooit verwonnen vaderen,
     "Reeds toen ik u zag aan 't zingen geraakt,
       "Thans niet borlend my koken in de aderen?

         "Of ziet ge, uitheemsche bloodaart! ginds
           "Niet, bleek aan de avondkimmen,
         "Van 't onvergeetbaar voorgeslacht
           "De ongewijde Chineesche schimmen?

         "Zy roepen: ""Barend! jongelief
           ""Gedraag je, meneer, als een Schutter;
""Laat geen vreemdeling toe waar 's Lands wiegjen eens stond,
  ""Of hy kaapt er 's Lands brood en 's land butter.""

                  De vijand had in 't interim
                    Volstrekt geen snuif genomen;
                  Doch zoodra het niezen hem beving,
                    Sprak de Schutter: "wel moog 't u bekomen!"

                Doch thands vervolgt hy: "'t voorgeslacht,
                  "Beroemd als menschen van jaren,
                "Zegt hier duidlijk: wie wiegjen of bakermat vraagt,
                  "Dien pak je terstond by de hairen.

                "Wat let me daarom, onverlaat!
                  "U op de ziel te spelen,
                "Zoo je op dit dierbaar stukje grond
                  "Nog langer konfusie komt teelen?

                "'k Ben toch volstrekt voor u niet bang,
                  "Mijnheer de garde champetter!
                "Wat let my, mosjeu! dat ik terstond
                  "Hier op 't oorlogsveld u verpletter.

                "Van kindsbeen af leerde ik reeds: sta pal!
                  "Zoo U daarom thands wil wachten,
                "Wie 't eerst van ons twee uit den weg zal gaan,
                  "Dan moeten wy hier maar vernachten."

                De vijand, sprakeloos op deez' taal,
                  Met zijn paard in mijmring gedompeld,
                Roept luid: "Je me rends, tout perda fors l'honneur:
                  "Je me rends, sapristi, overrompeld.

                "Wat baat hier borstplaat, wat helmet?
                  "Wat snaphaan met twee loopen?
                "Je mors plutôt vrijwillig in 't zand,
                  "Dan mijn leven zoo duur te verkoopen.

                "Doch neen: laat naar uw beau pays
                  "Me als krijgsgevangen verzenden:
                "S'il est vrai dat nooit geen mensch daar sterft,
                  "Zal ik gaarne mijn daagjens er enden."

                Gelukkig was 't voor het Vaderland,
                  Dat ze aldus tot een schikking het brachten,
                Daar de vyand met zijn bloeddorstig korps
                  Onzen Schutter reeds op stond te wachten:

                En eens de grenzen gepasseerd,
                  Wat ijslijk bloedvergieten!
                Wanneer had zoo'n korps ooit basta gezeid!
                  Wie kan, Jasper! een pijl hierop schieten?

                Ons erf, mijn kind! ware eerst verwoest:
                  Wy vervolgens vermoord als slaven:
                Onze zusters verkocht, onze nichtjens geveild,
                  En wy eindlijk levend begraven.

                Mijn zoon! indien men de Schutters uit
                  Dit oogpunt nu maar wil beschouwen,
                Daar blijkt het terstond, hoe veilig men hun
                  's Lands defensie kan toevertrouwen.

                Ja, wakkere Schutters! zoo lang als gy
                  Onze grenzen verdedigd en kusten,
                Zegen wy, als wy 's nachts naar bed toe gaan,
                  Maar aan 't Vaderland: "wel te rusten."


[Schoolmeester Homepagina] [Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.