Eerste brief van den Schoolmeester

De schoolmeester (Gerrit vande Linde)

Nauw trapt ge een ezel op zijn teen
Of 't grauwtjen schreeuwt de buurt byeen;
Maar streelt gy hem de Midas-huid,
Terstond heeft al zijn razen uit.

Uit mijn onuitgegeven gedichten
63ste druk, blz. 114a.

Aan een vriend

   Wat aangename geur van zoetheid
   Spreidt zich in uw geschrijf ten toon!
   Wat treffend en oorspronkelijk schoon,
Waarvan de bron in 't rein gemoed leit,
   Lacht m' in uw brieven vriendlijk aan
   En doet mij opgetogen staan,
   Als ik uw vlucht mag gadeslaan!
Wat keur van uitgezochte woorden,
   Gedachten vol van klem en zin,
   Vindt mijn verrukte ziel daarin!
Wat onnavolgbre harpakkoorden:
   Het zijt ge op Messiaanschen trant,
   De dichterlijke luite spant,
   Of, onbesmet in toon en maat,
   De kracht van 't rijmwoord gelden laat,
   Hetzij ge op lager wieken drijft
   En in poëtisch proza schrijft,
't Is al, op puik der puikpoëten!
   O dichter, als er weinig zijn!
   't Is alles uitgezocht en fijn
   't Is snoeperij, 't is ambrozijn,
Die goôn op hun verjaardag eten:
   't Is nektar in een aardsch pokaal:
   Ja, 't is verkleede hemeltaal.

Hoe heb ik schier in alle straten
   Mijn achtbaar hoofd half gek gezocht,
   Waar die bankier toch wonen mocht,
Die my 't beloofd aantal dukaten,
   Waar 't meer dan eens my aan ontbrak,
   Zou storten in den leêgen zak,
Eer ik, nu vruchtloos hersenbreken,
   En min gelukkig dan Gil Blas,
Begreep, dat (alles wel bekeken)
   Die assignatie op uw kas
   Er eentjen van papaatjen was.

   Zoo kunt gy, schalk, aan groot en klein,
Een knol voor een citroen verkopen:
   Zoo laat gy zelfs het kloekste brein,
Wanneer 't u lust aan 't lijntje loopen:
   Zoo hebt gy, door uw fijn vernuft,
   Ook my (is 't mooglijk!) overbluft.
Hoe zou 't my hart en ziel verrukken,
Zoo ik mijn plan mocht zien gelukken
Om al u brieven te doen drukken
   En 't honorarium aan my
   Werd afgestaan voor uw copy.
't Ging dan terstond mijn renten leven,
   En kocht van mijn fameus fortuin
   Een burcht of lustslot op het duin,
Alwaar ik theevisites geven
En u gestadig zoû omzweven,
   En van mijn wierook u voorzien,
   Of, mocht is soms uw zijde ontvliên,
't zou enkel zijn om de interventie
Mijnheer, van uw correspondentie.


[Schoolmeester Homepagina] [Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.