De Dankbare Zoon

De schoolmeester (Gerrit vande Linde)

Ik ben een zeer gelukkig kind,
Wanneer men dit bedenkt:
Mijn vader is mijn beste vrind,
  Die my schier alles schenkt:
Zijn afgedragen zomervest,
Zijn oude broeken, en de rest;
  Maar dat weet Moeders naaister best.

Hoe lekker smaakt die boterham,
  Met dat Sint Nikolaas,
Dat mijn mama my brengen kwam
  In plaats van Leidsche kaas.
En och! hoe menig arme man
Zijn zoontjen proeft daar nimmer van;
Daar de ouwe 't niet betalen kan!

En daarop noopt my dankbaarheid,
  Reeds op het pad der deugd
(Gelijk mijn vader dikwerf zeit)
  Te wand'len in mijn jeugd:
Altijd den rechten weg te gaan,
En, met mijn Zondags buisjen aan,
Nooit ergens tegen aan te staan.

Wanneer Papa uit wandlen gaat,
  Neemt hy ons dikwijls meê
En reciteert soms over straat
 't Sanscitiesch a, b, c:
En, als ik 't hem dan nazeg, ik
Dan lees ik in zijn vaderblik:
"Ik ben ontzachlijk in mijn schik."

En daarom is mijn vast besluit,
  O dierbaar ouderpaar -
Dat ik, ofschoon uw jongste guit,
  Uw meekrapkleurig hair
Nooit grijs doe worden voor den tijd,
Noch dat ik door gebrek aan vlijt
Het vaderhart u openrijt.

Integendeel, door mijn gedrag
  Hoop ik al meer en meer,
- Als ik het zoo 'reis noemen mag, -
  Te strekken tot uw eer.
Zoo moogt gy eenmaal, oude liên!
Nog in uw jongste telg misschien
Uw evenbeeld gespiegeld zien.

Verleden week zag ik een zoon,
  Die zijne grootmama
Behandlen dorst met smaad en hoon,
  De moeder van zijn pa!
Hy zei: haar man, die ouwe paai,
Sprak naamlijk als een schorre kraai....
- Dat stond dien jongen heer niet fraai.


Dit gedicht is een bewerking van "De kinderliefde" van Hieronymus van Alphen.
[Schoolmeester Homepagina] [Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.