Titelpagina van J. Six van Chandelier, Poësy, Amsterdam 1657. Coll. Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

Joannes Six van Chandelier (1620-1695)

Jan Six van Chandelier werd geboren in Amsterdam, als zoon van een 'drogist', een winkelier in kruiden en dergelijke. Hij ging naar de Latijnse school, maar zette zijn opleiding niet verder voort. Zijn vader stierf in 1639, daarna kreeg Six de leiding over de kruidenfirma. Hij maakte verschillende grote handelsreizen.

In de periode 1652-1657 reisde Six naar Duitsland. Ook maakte hij in die tijd twee reizen naar Engeland, de eerste naar Londen in 1654 en de tweede meer landinwaarts, in 1655. Een jaar later vertrok hij in de zomer naar Spa om er negen weken te kuren voor zijn miltkwaal. Hij vond baat bij de kuur en hield vele jaren daarna in de zomer nog een 'Spaasaisoen' met ingevoerd mineraalwater.

In 1657 verscheen Six' bundel Poësy. De ordening van de gedichten in deze bundel is niet geheel logisch. De bundel bestaat uit zes boeken, waarvan het eerste is onderscheiden naar genre. Dit boek heet Klinkdichten (sonnetten). Het tweede boek is onderscheiden naar omvang en bevat vijf tamelijk lange gedichten. In het derde boek staan gedichten over hetzelfde onderwerp, Six' kuur in 1656. Het heeft de titel Spadichten. De andere drie boeken heten Dichtbosch I, II en III en bestaan uit een samenraapsel van allerlei soorten gedichten. Op de laatste bladzijden van Poësy zijn 125 epigrammen afgedrukt, onder de titel eenige opschriften.

Spadichten

De reeks Spadichten laat zich lezen als een reisgids op rijm. De gedichten gaan over het verblijf van Six in Spa in 1656 wegens een miltaandoening (in werkelijkheid waarschijnlijk een maagzweer) waaraan hij al zes jaar leed. Tijdens zijn kuur in Spa raakte hij grotendeels van de kwaal verlost. In zijn gedichten roept Six alle miltlijders dan ook op naar Spa te komen.

Spa was in de zeventiende eeuw nog niet het mondaine kuuroord dat het in de negentiende eeuw werd. Toch was de plaatsnaam al zo beroemd dat spa een algemene aanduiding was voor badplaats. Spa werd in die tijd voornamelijk door Engelsen bezocht; het was een vast onderdeel van de Grand Tour die jonge Engelsen maakten als afronding van hun opvoeding.

De reeks van Six bevat 21 gedichten die sterk wisselen van vorm en inhoud. Het langste gedicht is Leeven te Spa, waarvan de gegevens uit een reisgids komen. Verder bevat de reeks een 'bede' aan de spafonteinen om genezing en een serie lofdichten aan de verschillende bronnen, zoals Pouhon en Geronster. Enkele gedichten zijn opgedragen aan personen die hij tijdens zijn kuur ontmoette, zoals Raimond de Smeth. De reeks eindigt met een vaarwel aan het kuuroord.

Literatuur

Jan Six van Chandelier, Gedichten. Studie-uitgave met inleiding en commentaar, verzorgd door A.E. Jacobs. Assen/Maastricht 1991. Paragraaf 4, De dichter en zijn gedichten, uit het tweede deel van deze uitgave biedt beknopte bio-en bibliografische informatie rond Six.

Paul Dijstelberge, Het lot van de waterdrinker. De Spa-gedichten van Joannes Six van Chandelier. In: Literatuur. Jg. 10 (1993), nr. 6, p.331-336.

Verantwoording

De Spadichten en Beedelmusyk zijn weergegeven naar Poësy, 1657 met behulp van de uitgave van Jacobs 1991.
Digitalisering: Gijs Kuijper. Inleiding: Miriam Wijnen. De electronische versie en de (ingekorte) inleiding zijn afkomstig van de CD-ROM Klassieke Literatuur van de Middeleeuwen t/m de Tachtigers.

Meer informatie...