A.C. W. Staring

Adeline Verbeid

Schooner prale uw milde lentezegen,
Bloemrijk oord, langs Adelines wegen.
  Nachtegalen, juicht haar ''welkom!'' toe
  Als zij nadert, wie ik hulde doe.

Paart uw lied aan 't lied der filomeelen,
Minder zangkoor, uit de hooge abeelen.
  Laat het meigroen met het beekkristal
  Samenruischen, bij den waterval.

Moge uw schaar, gij zefirs in de hagen,
Balsemgeur haar offrend tegendragen.
  Toeft niet langer! Adeline komt!
  Zwevend naakt zij, en mijn zang verstomt.