Aantekening bij Jaromir te Lochem

De Traditie, eene min naauwkeurige Vertelster, zegt enkel: in vroeger dagen kwam een Pastoor van eene andere parochie te Lochem; juist werd er geluid; zijn fijn gehoor merkte onraad: de Klokken waren niet met lijken Doop gewijd! en, door ijver gedreven, strafte hij derzelver onbevoegde luidruchtigheid met het anathema. Dadelijk werden zij door den Booze weggevoerd, die ze nu `doopte' op zijne wijs: dezelve ieder in een' afzonderlijken waterkolk werpend. Van daar de naam van `Duivelskolken', welke den beide wateren tot den huidigen dag te meer moest blijven aankleven, dewijl Lucifer jaarlijks den Kerstnacht met de menschen mee pleegt te vieren, door zijne, nog steeds aanwezige, Klokken, om twaalf uur, onder water te luiden. - De gouden en bijzonder heilige klok van Portenhagen, die bij Dassel in een' grondeloozen poel te zoeken is, werd door den Booze `ut nijd' daarin geworpen. Beide plaatsen behooren tot Nedersachsen: Deutsche Sageren der Brüder Grimm, I, 277. - Misschien was de laatste, plegtige Klokkendoop, in Gelderland plaats gehad bebbende, die te Doetinchem, 1530: Bijdr. voor Vaderl. Gesch. en Oudh. door Is. An. Nijhoff, I,74.
Naar de tekst