A.C. W. Staring

Aanteekening bij Hertog Arnoud

Wat, bij Pontanus en Slichtenh., aangaande van het hier verhaalde geboekt staat, bepaald zich tot die weinige: Arnoud, Hertog van Gelderland, werd, in 1465 door zijn' Zoon Adolf, en door zijn Vrouw, diens Moeder, Catharina van Kleef, naar het vaste slot van Buren met geweld weggevoerd, en aldaar opgesloten. Een Begijn, uit het 'Gertruden Begijnen Klooster 't 's Hertogenbosch,' welke hem gedurende zijne hechtenis, telkens bezocht en troostte, sloeg hem voor, zich door vermomming in haar geestelijk gewaad te redden. Arnoud weigerde zulks, om haar niet in 't lijden te brengen; doch, als hij, naderhand op vrije voeten gesteld, te Grave overleed, beval hij, de hem bewezen trouw steeds gedachtig, dat zijn hart te 's Hertogenbosch in het voormelde Klooster bijgezet zoude worden. Zijn lijk werd te Grave in de Sint Elizabeths Kerk ter aarde besteld. 'Was Michals trouw, was Jonathans, Niet reddend toegevlogen.' I Samuel XIX 'Geertes' St. Geertruid; de Patrones van haar Klooster.

Naar het gedicht.