A.C. W. Staring

Aanteekening bij Folkert van Arkel

De ballade, in de Ged. van 1820 staande overgewerkt. Men kan, bij Slichtenhorst, (Goudhoeven, enz.) ernstig genoeg verhaald vinden: dat Folpert van Arkel, wiens "galgerij" God ten laatste verdroot, en wraak riep tot den Hemel, te Haestrecht op den helderen dag, en in 't gezigt van zijne "Kamerraeden, met een vlucht" werd opgenomen, en "sinds niet meer gezien is;" alleen "droppelen bloeds" op de plaats van zijne verdwijning overblijvende. Heda zegt, dat Folpert "met wijn overladen" de lucht in werd weggehaald: ebrius in aërem raptus. Zie ook de De vita et gest. Dom. De Arkel, Mathaei Anal. ed. sec. V. 212 - "Geldersch Vreefeest" In 't jaar 1160; na den veldtogt in Italiën.

Naar het gedicht.