zangkoor
Jezus kwam als Mensch Op aarde: Menschdom, 't is uw schoonste Feest! Gij Geringen, kent uw waarde: Armoede is zijn deel geweest! Kindren, juicht met ons te zaam: Die u lief had, droeg ook uwen naam!
Judea slaapt; der Wijzen oog alleen Ontwaart de ster, die aan de kim verscheen. Door Bethlehem weêrgalmt een hemelsch lied; Judea slaapt, en hoort de zangen niet. 't Is zegepraal - 't is waereldsche oppermagt Wat Israël van zijn Messias wacht ! Hij komt; maar, ach, het ijdel zelfbedrog Vindt Jezus Kribbe, en zoekt den Heiland nog ! 't Voorspelde aan Abraham zien WIJ vervuld! Geen waan, die ONS niet twijflings nacht omhut! Een Christenschaar knielt naast de Herders neêr: Maria's Zoon is Gods Zoon, onze Heer !"
Ja, Christnen, zinge ook UWE stem Den Lofzang, boven Bethlehem De wolken uitgedrongen! Al straalt Gods licht het zwerk niet door, Gelijk het straalde, om 't heilig koor, Toen duizend Englen zongen; Hij schenkt toch Bethlems Lied gehoor! Zingt! Prijst, met dankbre tongen
gemeente
Halleluja! looft den Heer! Hoogste heemlen geeft Hem eer! Halleluja! loof Hem, aard! God geeft zijnen Zoon aan d'aard; God heeft in den mensch behagen. Vrede op aarde, Jezus leeft! Alles loov' wat adem heeft: God heeft in den mensch behagen,
(EERSTE RUST.)
Zangkoor
Zoon des Menschen, vreugde en vreê
Bragt uw komst den volken meê.
't Juk der Wet zoudt GIJ verbreken;
Licht voor onzen voet ontsteken;
EENEN band van broedermin
Strenglen om heel 't aardsch gezin.
In uw wandel, vrij van smet,
Werd een voorbeeld ons gezet;
Door uw Leer een God verkondigd -
Eindloos goed, waar zwakheid
Liefde, ontferming zonder peil -
Aller hoop, en aller heil !
ZANGKOOR.
Telg van Juda, zaligheid
Was uw Moeder toebereid!
Moest een zwaerd haar ziel doorsnijden;
Jesse's Dogter kent geen lijden,
Als haar Zoon - haar Zoon herleeft!
Als de Leeuw verwonnen heeft !
Voor ONS zal ook een dag van blijdschap gloren
Wij zullen eens des Vaders Uitverkoren,
In 't stof der needrigheid met ons geboren,
Op 's hemels wolken zien!
Hem, die, gekweekt in Armoês schaamle woning,
Versmading oogstte, en smart, voor deugdsbelooning -
Hem zullen wij - ja, Hem! der eeuwen Koning!
Als de Englen hulde bién I
Die hoop moet al ons leed verzachten. Komt, reisgenooten, 't hoofd omhoog! Voor hen, die 't heil des Heeren wachten, Zijn bergen vlak, en zeeén droog! 0 zaligheid, niet aftemeten! O vreugd, die alle smart verbant! DAAR is de vreemdlingsehap En wij, wij zijn in 't Vaderland.
(TWEEDE RUST)
ZANGKOOR
Gij Feest, gevierd door 't juichend Christendom;
Gij Feest van Bethlems Nacht!
Gij Lied, des Danks, die naar den hemel klom,
Voor 't Heil ons toegebragt!
Bind gij eens 's waerelds volken saam;
Van op- tot ondergang !
Zij Jezus Komst, en Jezus Naam
Eens aller Feestgezang !
De ster gelijk die, boven Ephrata,
Ten Wonderteeken stond,
Blink' Waarheids glans. dat ieder tot Hem ga,
En luistre naar zijn mond.
Dat, wie daar twijfelt, kome en zie,
En spreke: ,uw juk is zacht!"
Dat Liefde als hoogste wet gebie,
Bij Adams Nageslacht.
Daal zoo de Geest op al uw Kindren neêr
0 Vader! wek dat licht!
Voltooi uw werk; ontsluit elks oor, 0 Heer,
En open elks gezigt! -
Roepe EEN altaar de Volken saam;
Van op- tot ondergang !
Zij Jezus Komst, en Jezus Naam
Het GROOTE FEESTGEZANG!
Uit: A.C.W. Staring, verzamelde gedichten, 1981, A.P. ten Bosch Boekverkoper, uitgever Zutphen, herdruk van de volksuitgave uit 1869
[A.C.W. Staring pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.