ZANG BIJ DEN HAARD

A.C.W. Staring
    Welkom, Winter! kraakt uw ijs?
Vult uw sneeuw de dalen?
    'k Heb hier geen dooiweer aan den haard,
En geen brand te halen.
    Blaast gij storm, door 't vliegend zwerk?
Muur en dak kan 't lijden.
    Giet gij vocht in stroomen neer?
't Valt mijn glas bezijden.

    Krimpt de dag? te minder nood,
Om bij licht te gapen.
    Rekt de nacht? het komt hem wel,
Die gepaard mag slapen.
    Laat de hof geen sappig ooft
Op mijn tafel blinken?
    Drooge spijs teert even goed,
Bij wat ruimer drinken.

    Plas dan, Winter met uw nat;
Storm en vries daar buiten;
    Jaag uw ligte vlokken rond,
Voor mijn digte ruiten;
    Geef ons half rantsoen van dag,
En een schotel minder;
    Welgemoed, bij zang en wijn,
Klaag ik van geen hinder.

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.