Kerkgezang voor het Feest van Jezus Hemelvaart

A.C.W. Staring

Gemeente

(Evangel. gez. Nr. 146, vs. z.)

I

         
Triomf, Halléluja! triomf!
Ja, tot in eeuwigheid triomf!
  0 glorie aller dagen!
Halléluja! Haliéluja!
Wij staan niet meer op Golgotha!
  Maar bij den zegewagen,
Die onzen Vorst  met blij geschal,
Door lucht en wolken voeren zal,
  Ver boven duizend zonnen,
Om, ons tot heil, voor God te staan,
  En zijnen vrienden voor te gaan,
  Die hier den strijd begonnen.

Zangkoor

II

Den kelk der smart had Jezus uitgedronken;
  Verraad omgaf hem, in den nacht;
Met smaad bedekt werd hij aan 't kruis geklonken
  Hij neigde 't hoofd, en 't was voibragt !

Zoo klom zijn baan door rotsen op ten hoogen!
  Niet lang behield de Dood haar buit:
De Ontslaapne rijst; hij zweeft, voor aller oogen,
  Den grenskring van 't verganklijke uit!

GEMEENTE.

(Evangel. gez. Nr. i43, vs. 1.)

III

 Aarde, zucht niet meer,
Kom den hemel nader,
 Zing uws Redders eer:
 Hij, de Vorst der aard,
 Jezus Christus vaart
Tot zijn' God, zijn' Vader.

(EERSTE RUST.)

ZANGKOOR.

IV

Gods paleis ontsluit zijn deuren;
't Voorhof zendt zijn wierookgeureu•
    Bij der englen vreugdegroet,
    Hem, die stierf en leeft, te moet.

Talloos vloeit de schaar hem tegen;
Heilig palmloof dekt zijn wegen;
    Beurtlings dreunt bazuingeschal -
    Trilt de harp, in Salems wal.

Ziet, hij nadert! Starend knielen
Serafs, Cherubs, Menschenzielen;
    Harpklank en bazuingalm zwijgt,
    Daar hij Sions kruin bestijgt !

's 'Heeren burgt verheft zijn tinnen;
Hij, die stierf en leeft, gaat binnen;
    Op zijn paden stroomt het licht
    Van zijns Vaders aangezigt!

Gemeente

V

(Evangel. gez. Nr. 145, vs. 2.)

Des hemels Heer, des Menschen Zoon
Stijgt in triomf op 's Vaders Troon,
   Nu juichen alle Troonen:
Hij komt, de Heer der heerlijkheid !
Hij komt, bekleed met majesteit,
   Om eeuwig hier te wonen !"

ZANGKOOR

VI

Hoe drong die juichtoon door de wolken
    Nog kaatst zijn galm op aarde weêr;
Maar 't lofgezang van 's waerelds volken
    Geeft Jezus als VERLOSSER eer !
Het Menschdom durft hem BROEDER heeten,
    Al volgde 't luistrend zwerk zijn stem;
Toen 't, boven hem, werd opgereten,
    En dienstbaar neêrboog, onder hem.
Ja, 't Menschdom durft u BROEDER heeten,
   Gij Vorst van 't rijk der zaligheid !
Nabij den stoel, door u bezeten,
  Heeft ons uw liefde een plaats bereid.

GEMEENTE

VII

(Evang. gez. Nr. 143, vs. 7 en 8)

  Schoon geen oog hem ziet
(Wat zou' 't zien hier baten !)
    Hij vergeet mij niet.
    Schoon 'k zijn bijzijn mis,
    Voor den Godmensch is
't Heengaan geen verlaten.
         
   Deed hij aan het kruis
Ons zijn liefde blijken
   In zijns Vaders huis,
   Waar hij 't heil voltooit,
   Zal zijn liefde nooit,
   Nooit weêr van ons wijken.

(TWEEDE RUST.)

ZANGKOOR

VIII

Poogt Hem een lied te danken,
   Wiens gunst den Redder zond,
Te zwak zijn onze klanken,
   En te onrein hart en mond.
Doch wijdt uw Naam de toonen,
Gij, die in 't stof kwaamt wonen,
   Zoo schenkt des Vaders oor
   Het prijzend lied gehoor.

Laat dan een lied hem danken,
   Wiens gunst den Redder zond;
Al  flaauwen ook de klanken;
   Al feilen hart en mond.
Laat blijvereende wijzen
Des Vaders goedheid prijzen;
   En aller stemmen koor
   Klimm' feestlijk tot zijn oor!

GEMEENTE

IX

(Evangel. gez. Nr. 4, Vs. 1, 7 en 8.)

De  Heer is God, en niemand meer!
    Verheerlijkt hem, gij Vromen!
Wie is, als aller scheps'len Heer,
    Zoo heerlijk, zoo volkomen?
De Heer is groot, zijn naam is groot,
De luister zijner deugden groot,
    Oneindig groot zijn wezen.

Gij zijt regtvaardig, heilig, goed;
    Bij reinen wilt gij wonen.
Hem, die uw' wil met vreugde doet,
    Zult g' ook met vreugde kroonen.
Gij hebt d' onsterflijkheid alleen.
Hoogst zalig zijt g' in eeuwigheen,
    0 rijke Bron van vreugde !

Of  zou' de gloed dier majesteit
    Mij zondaar ook verteren?
Neen! nu 't geloof uw heerlijkheid
    In Christus mag vereeren,
Nu klimt mijn lied: De Heer is groot !
De Heer is onuitspreek'lijk groot!
    Oneindig groot in liefde!


Uit: A.C.W. Staring, verzamelde gedichten, 1981, A.P. ten Bosch Boekverkoper, uitgever Zutphen, herdruk van de volksuitgave uit 1869

[A.C.W. Staring pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.