Herdenking

A.C.W. Staring
Wij schuilden onder dropplend loover,
         Gedoken aan den plas;
De zwaluw glipte 't weivlak over,
         En speelde om 't zilvren gras;
   Een koeltjen blies, met geur belaan,
   Het leven door de wilgenblaan.

't Werd stiller; 't groen liet af van droppen;
        Geen vogel zwierf meer om;
De daauw trok langs de heuveltoppen,
        Waar achter 't westen glom;
   Daar zong de Mei zijn avendlied!
   Wij hoorden 't, en spraken niet.

Ik zag haar aan, en diep bewogen,
        Smolt ziel met ziel in een.
O tooverblik dier minlijke oogen,
        Wier flonkring op mij scheen!
   O zoet gelispel van dien mond,
   Wiens adem de eerste kust verslond!

Ons dekte vreedzaam wilgenloover;
       De scheemring was voorbij;
Het duister toog de velden over;
       En dralend rezen wij.
   Leef lang in blij herdenken voor,
   Gewijde stond! geheiligd oord!

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.