Het Kameleon

A.C.W. Staring

Think others see as well as you

MERRICK

Een Vreemdling wandelde aan de kust,
Waar de asch van 't groot Carthago rust:
Daar kwam een Tweede hem te moet,
Als landsman kenlijk, bij zijn groet.

Met zet zich neer, en 't lijdt niet lang,
Of 't reisverhaal is drok te gang:
Elk brengt wilvaardig voor den dag,
Wat raars of schoons hij zwervend zag.
Tot A. begin: "Het koddigst Dier,
Mij ooit bejegent, huisvest hier:
Van maaksel schier een hagedis;
Zijn staart - lang tien duim, naar ik gis;
Zijn tong voor mug en vlieg te gaauw;
En nu de kleur? denk! hemelsblaauw!"

""Blaauw! blaauw!"" smuilt B. "'k herken uw Beest;
Maar, Vriend, dat is nooit blaauw geweest.
Met hiet het een Kameleon.
Ik vond het schuilend voor de zon
In 't lommer van een dadelsbosch;
Daar kroop het, net zo groen als 't mos!""

"Noch boom, noch struik, een mijl in 't rond,
Waar ik het MIJNE kruipen vond:
Ginds; aan dien naakte puinhooptop.
Het volle daglicht scheen er op;
Geen mooglijkheid tot oogbedrog;
En 't Beest was blaauw; dat zeg ik nòg!"

""Groen! groen! geloof mij!"" "'k zeg u blaauw!"
""Groen!"" "Blaauw!" Zoo gaat het; snaauw op snaauw.
Men stampvoet, blikoogt, vloekt en zweert:
De vriendschap was in grim verkeerd!

Als, zie, een Derde Wandlaar kwam,
Die reeds van ver hun twist vernam!
Zijn woord is: "Heeren, kiest in mij
Uw scheidsman! 'k Hoor tot geen partij.
Bij 't lamplicht, ving ik, heden nacht,
Het Dier, dat u aan 't kijven bragt,
En draag 't in dit servet geknoopt,
Naar Tunis, of 't er iemand koopt.
Ik weet naauwkeurig wat ik ving:
Zwart! gitzwart is het leelijk Ding!
Is 't blaauw, of groen, dan sta ik klaar,
En eet het op, met huid en haar!"

Hier slaakt hij 't, en, voor zwart als git,
Vertoont zich 't arme schepsel WIT! -
Géén sprak er, dan 't Kameleon;
Juist van een ras, dat spreken kòn'.
Het sprak: "Goe Luidjes, hoort hoe 't is:
Elk had gelijk, en elk had mis!
De kleur, bij dieren van mijn slag,
Verwisselt zesmaal op een dag.

Doch laat mij nu in vrede gaan!
'k Bied u een raad, als losgeld, aan:
Schijnt andren wat u krom scheen regt,
Heet niemand daadlijk dom of slecht."


Aantekening
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.