A.C. W. Staring

Aanteekening bij Lenora

'Sulfer.' Het gebruik van Buskruid, in den oorlog, kwam op in de veertiende eeuw. - 'De Blokhuismuur' De Voorburgsmuur. - 'Het Bloedperk' De Doodenkamp is hier bedoeld. De oorsprong van dezen naam wordt anders, door de overlevering, gebragt tot later tijd; te weten tot het begin der zestiende eeuw, toen een aantal manschappen, in een werk tegen het Huis Ter Wildenborch opgeworpen, over de kling werd gejaagd. Zie Slichtenhorst; bij wien, zeer verkeerdelijk, de herhaalde ontzetting van gemelde Huis eene Belegering door Roelof van Anhalt wordt genoemd, en 1506 en 1507 door één verward zijn geworden. Wagenaar heet gezegden Anhalt min naauwkeurig 'Anholt.' - Het 'Blockhuys vur den Wildenburch' komt, onder anderen, voor, in een stuk aan het begin der zestiende eeuw, zijnde de 'Reeckenscappen Henderick van Twyckells,' wien, voor den Wildenborch, een paard werd doodgeschoten. 'De Scholtz von Lochem, door wien hij 'verschreven' was, gaf hem een' ouden schimmel in de plaats: 'dair vur dede mij Derick van Keppel sijn olden grawen, die nyet half soe guet en was.' - Overstichtse en Spaanse Munt, van goud en zilver, is in den omtrek van gezegd Blokhuis gevonden. De eerstgenoemde getuigt waarschijnlijk van de Belegering door die van Overijssel, in 1490.

Naar het gedicht.