LENTEZANG

A.C.W. Staring

"Ferreus est, eheu, quisquis in urbe manet."
TIBULLUS.

Geen nevelig duister
 Bedekt meer het veld;
Geen blinkende kluister,
 Die 't beekje meer knelt;
Het stormen is over;
 De buijen zijn heen;
Wat ritselt in 't loover,
 Is zefir alleen.

Vol bloeisel van boven,
 Vol bloemen omlaag,
Staan velden, en hoven,
 En telgen, en haag!
De Vrolijkheid dartelt,
 In klaverrijk Gras;
Zij wemelt, zij spartelt,
 In vlieten en plas.

De wouden herhalen
 Hun feestelijk lied:
Ook zwijgt, in de dalen,
 De Leeuwerik niet
Van Echo vervangen,
 Bij 't rijzen der maan,
Heft GIJ nog uw zangen,
 O Nachtegaal, aan!

Geen nevelig duister
 Bedekt meer het veld;
Geen blinkende kluister,
 Die 't beekje meer knelt;
Ontvlugt nu de steden,
 Wie vreugde begeert!
Ontvlugt ze nog heden -
 De Lente regeert!

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.