Wij verheffen zingend Ons roemrijk Vaderland; Wij, aan den Rijn, aan Schelde en lJssel, En aan den breeden Oceaan gezeten; Tot voorspoed opgeklommen Langs 't pad van tegenspoed; Door voorouderlijken band tesaam verknocht,
Wie zal ons trotsen, door een naam te prijzen, Die uitsteek' boven dien Der manhafte Vriezen; D~e den naam der Bataven gelijk zij? De dubbele Lauwerkrans En de Olijf van Pallas Sierend groenend onze slapen.
Van de uiterste Grenzen der aarde Gaat een heilwensch op - Paart zich eene zeegnende stem Met dit ons Koorgezang: 0 Vaderland, uw voorspoed groeije ! Moog' welverdiende roeni Uw deel zijn, alle tijden door!
Uit: A.C.W. Staring, verzamelde gedichten, 1981, A.P. ten Bosch Boekverkoper, uitgever Zutphen, herdruk van de volksuitgave uit 1869
Tekst in het Latijn [A.C.W. Staring pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.