DE MIN

A.C.W. Staring
        Gij moeders,
        Gij hoeders
   Der bloeiende jeugd
Wat mort gij, wat noemt gij
   De spijtigheid deugd!

        Wat keert gij
        En weert gij
     De listige Min
Van rijpende boezems?
     Hij raakt er toch in!

        De kruiper,
        De sluiper
     Houdt ijverig de wacht.
Hij ligt op zijn luimen,
     Bij dage, bij nacht!

        Al sluiten
        Hem buiten,
     Met grendel en boom,
Benagelde poorten;
     Al dreigt hem een stroom;

        Twee achjes,
        Twee lachjes,
     Hij's binnen de Guit!
En duizend sermoenen ...
     Hij is er niet uit!

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.