Oogstlied

A.C.W. Staring
                Sikkels klinken;
                Sikkels blinken;
        Ruischend valt het graan.
Zie de bindster gaâren!
Zie, in lange scharen,
        Garf bij garven staan!

                't Heeter branden
                Op de landen
        Meldt den middagtijd;
't Windje, moê van 't zweven,
Heeft zich schuil begeven;
        En nog zwoegt de vlijt!

                Blinde Maaijers;
                Nijvre Zaaijers,
        Die uw loon ontvingt!
Zit nu rustig neder;
Galm' het mastbosch weder,
        Als gij juichend zingt.

                Slaat uwe oogen
                Naar den hoogen
        Alles kwam van daar!
Zachte regen daalde,
Vriendlijk zonlicht straalde
        Mild op hal en aar.