Aantekeningen bij Puntdichten

A.C.W. Staring
Woordspel - Vliegen
Voor schuld
Op Coo, den reformateur - Planetarium
Kunstig Werktuig, de beweging der Hemelligchamen nabootsend.
Geene Verklaring
In Aug. 1797 werd de Dichter tot Representant voor Zutphen verkozen in de Tweede Nationale Vergadering. Hy nam echter geen zitting omdat hy weigerde de Verklaring af te leggen, welke men van de leden vorderde.

Op deze byzonderheid zinspeelt dit stukjen.

- Uitgever

Geene Verklaring - Quemadoren
Fornuizen, ter Christelijke strafoefening, aan Ketters.
Geene Verklaring - Ongejaagd
"ilico" uit de Nation. Vergad.
Aan A. B. C. enz.
"Steh zu deinem Volk; es ist dein angeborner Platz. Schillers Wilh. Tell."
J. A. Blois van Treslong
Hij stierf als Vice-Admiraal in Nederl. Dienst, den 26 Jan. 1824.
J. A. Blois van Treslong - een ander
Men zie een "Gedenkst. v. Neêrl. Heldend. er zee, II, 452"
Marten van Rossum - Betuwers
Hij was een Bommelaar. Ik heb de inwoners van het Quartier Tiel Betuwers geheeten, zoo als men de Nederlanders vaak Hollanders noemt.
Het vroege Kievitsei - gekookt
Bestje had er ongetwijfeld meer aan gedaan.
Naar Beaumarchais
't Is het vijfde couplet van de Vaudeville die LE MARIAGE DE FIGARO sluit.
Het kannon te Lima - Lange Griet
Arnhemsche Oudheden, IV. D, 82
Zie ook de volgende noot
Het kanon te Lima - Lange Griet
Haar roem is tot in het Holsteinsche doorgedrongen, en aldaar niet verkleind; getuige het bekende platduitsche rijmpje: Groot Greetj heet ik; Neegen Miel" enz. De Gendlenaars hadden anne "Dulle Griete" Bijdr. der Gazette van Gendt, 1839, Blz. 63.
Wesley
Ik ben ver, van den Man, om den overdreven ijver van vele zijner volgeren, te smaden.
Achtergrond: John Wesley was een achtiendeeeuws Engels prediker, de grondlegger van het Methodisme.
Spoedig en Lekker
de naam van een Gebak
Hoera
De Duitsche Dichter B"urger drukt op de eerste Lettergreep in zijn Stukje "Der Bauer":
      "Wer bist du dass durch Saat und Forst
      Das Hùrrah deiner Jagd mich treibt"
      
en (als Körner en Weber in het "Schwerdtlied") op de tweede, in zijne Lenore:
      Graut Liebchen auch? Der Mond scheint hell!
      Hurràh! die Todten reiten schnell !"
      
Onze Dagbladen beginnen tot de Engelsche Matrozen toe "hurrah" als vreugdekreet, inplaats van het hun met ons gemeene "hussa" to laten roepen.
"Is 't hòèra? is 't hoerà?"
De Duitschers zijn, zoo goed als wij, onzeker, hoe het accent te plaatsen.
De leer der Ultra's
De vier regels, onder dezen titel, zijn in den Recensent afgedrukt, toen de Nieuwspapieren ons hadden medegedeeld, dat, in het naburige Frankrijk, een gewaande Heks door onnozele menschen op gloeijende kolen was gelegd; en, volgens dezelfde papieren, aldaar de voorbereidselen werden gemaakt, tot hetgeen wij naderhand zagen ten uitvoer brengen, om de zaak van Heersch- en Hebzucht, onder glimp van uitsluitende Koningsgezindheid en Godsdienstijver, te doen zegepralen, en het opkomende geslacht met onverbrekelijke boeijen van vooroordeel, bijgeloof, en blinde gehoorzaamheid te kluisteren. Aan nieuwe heksenbraders heeft het sedert niet ontbroken! Even min aan mirakels bij het graf van den Heilige Jubin, aan Verschijningen van Geesten, aan Bezetenen, aan Duivelbanners, aan Wonderteekens in de Lucht, aan Waarzeggers en Waarzegsters, die in Parijs tot een getal van zevenhonderd en zestig aangroeiden, enz. enz. - Het uitleggend ja, op dit puntdicht volgende, werd mij afgedwongen door opgeblazen weêrspraak
Cauterium
De Brandpijlen, bij het Bezettingsleger der Oostenrijkers
Christelijk bullengevecht
Men ziet er nu (in 1827) ook in Frankrijk (to Nimes>; naast de Kruisen, door de Missionairen geplant
Waar Karels hoofd de Wonderzalf ontving
Bij de Krooning te Rheims, den 29 Mei 1825.
Het hoen
De lezing van den Hoogl. Peerlkamp in den vierden regel gevolgd. "Bibl. crit. nova, IV, 57"
Persephone
De Beheerscheres van het Schimmenrijk Proserpina.
Hoop en Vrees - Jan Vos
Huydecoper, Proeve van T, en D. I. Boek V.. 568
In de op deze bladzijde aangehaalde plaats uit den ,Vr. des Vad." was de Dichter gegispt, dat hy in zijn sprookjen "de Doodendans" Goethe's voetspoor verlaten had, door de vervanging van het by dezen voorkomende "doodshemd" door ,Sibylles Boot". -- Uitgever.
Kniedicht
HoIL Spect. CVIIL Vertoog. - "de Bron der Jeugd" la Fontalne de Jouvence; op wier ontdekkmg men eens in vollen ernst is uitgegaan.
De diep-egge
Dit Epigram heeft betrekking tot het Stukje "Het Stoomtuig". Zij, die vermeenen, dat Proeven, om door Krabbelaars, aan Stoom- vaartuigen vastgehecht, op den bodem der Rivieren te werken, ontwijfelbaar zeker een noodeloos bemoeijen zouden wezen, en, ten dezen opzigte, in begrip verschillen van den Heer Grave van Rechteren (Verhandel. over den staat van den Rijn, enz. 69), zullen, vrees ik, om het gunstig attest van Charon hun ge- voelen niet opgeven. - Dit schreef ik in 1832. De ondervinding heeft in 1834 bewezen, wat kan toegegeven worden; dit namelijk dat men Krabbelaars meer onmiddellijk met vaartuigen moet kunnen verbinden, dan zulks bij de Diep-egge mogelijk was Dis zal het met zijne tweede vooronderstelling getroffen hebben.

[Den 6 Maart 1828 had de Dichter een plan tot wegruimen van de ondiepten op de beneden-rivieren, door middel eener "Diep~egge" aan de regering aangeboden. By de daarmede van hooger hand op de Killen bevolene proefneming, ging het werktuig verloren. - Uitg.]

De diep-egge - Nagebriefd
In de Haarl. Cour. van 16 Apr. en Staatscour. van 1 Mei 1830
De diep-egge - Dis
Dezelfde als Pluto
weërstuit
G. C. Lichtenberg, Professor te Göttingen, was in het Hessen-Dann~ stadsche geboren. Te dikwerf plagt zich dit uitmuntend Vernuft eene spottende oordeelvelling aan te matigen, over personen en zaken, hem niet dan oppervlakkig bekend; en zijne snakerijen voegden nu en dan weinig bij de achtbaarheid van die, te regt vermaarde, en steeds dankbaar bij mij gedachte, Hooge School, aan welke hij als Leeraar was verbonden. - "Beklaaglijk is de onwetendheid, die af- keurt wat zij niet verstaat." - Tot wedergalt van 's Hoogduitschers plompheid kan strekken wat een Italiaan schreef. Toen lang reeds Sterren van de eerste grootte aan den Duitschen Dichthorizon waren opgegaan, titelde hij een' armilartigen verzemaker onder zijne Lands- lieden "il piu tedesco rimator."
De Vuurbergen
Hubertus de Klyn (bewerende) dat Hemel en Aerde een Mens dat eet, dninkt, enz. zou zyn, gaat al voort zeggende: de bergen die branden zyn eenige klyne vurige puysjes der Longe, die dog alsze geborsten zijn, ook de een rasser, de ander trager verdwvnen. Blz. 13 der Wederlegging, eindigende met de woorden: "En hiir mede maak ik nu maar ziegts GEDAAN, door Gerardus Steenhoven. Anno 1709."
De Belgische ster-orde
Project gebleven. Nederl. St. Cour. 1831. No. 27. Journ. de la Haye, 1831, No 30.
noemt gij ons
Versta bepaaldelijk de raddraaijers, en den blinden hoop, door hen medegesleept, in eenen, als "glorieus" betitelden, Opstand; die, waar dezelve plaats had, de welvaart van ontelbare, vlijtige, verlichte, en achtenswaardige menschen vernietigde; het bestuur van zaken bragt in handen van het Jezuïtismus; en tevens de zaden van een' eindeloozen twist heeft uitgestrooid.
Duitsche schrijvers met Fransch-Engelsche brillen
Pölitz, in zijn Algem. Neues Repertorium fur 1833, No. 15, op den eersten Aug. 1833 het zesde deel van Venturini's Chrronik recenseerende, schreef daaruit, zonder eenige teregtwijzing, den volgenden echt jakobijnschen Leugen en toebehoor af: "In de meeste voorsteden van den Haag zag men, na den korten Veldtogt (van tien dagen), ooren en vingers aan de deurposten gespijkerd, welke van de ligchamen der gesneuvelde Belgen waren afgesneden. In bijgevoegde opschriften waren dag en uur vermeld, waarop deze zegeteekenen veroverd waren. Uit barmthartigheid stuurt men Zendelingen naar Afrika en Amerika; - zendt ze liever naar Holland in de nabijheid." - Was het dezen Mannen om WAARHEID te doen geweest, dan hadden zij vòòr en tègen gelezen, en, behalve het schandblad, den Brusselschen Courier, ook den Lynx en het Journal de la Haye. Sedert 30 Septbr. 1831 stond de weg voor hen open, om zich door laatstgemeld Papier, No. 234, te laten inlichten.
Delft
Als op den weg naar den Haag liggend
Aan de Britten
Wijzen en braven niet te na gesproken
Aan de Britten - Het Nest
Antwerpen, naar het plan van den Gloire-nalooper en Menschenslagter, die in Frankrtjk en elders Groot genoemd is.
Aan de Nederlanders
"Bedreigen is geen treffen" staat er met deze Latijnsche woorden "Non omne quod minatur ferit."
Aan de Nederlanders - Er staat een spreuk ... steenen bal
In Paushuizen
als ge op 't ruim verscheent, zijn bliksem nederschoot
De Southampton werd, bij het in zee steken der Vereenigde Vloot op de 5 Novbr. 1832 door den bliksem getroffen.
Otto Clant
De overste Taxis, ten jare 1586 de Spanjaarden bij eenen stroop door Vriesland aanvoerende, overstelpte, den 17 van Louwmaand, het Staatsche Volk, dat in minder getal en met slecht beleid tegen hen was uitgerukt. Eenige Vriezen, waar hij de Groninger Vaandrig Otto Clant, hadden zich in de kerk van het dorp Boxum geworpen De Spanjaard bood hun lijfsgenade; maar Clant versmaadde dezelve en hield vol met strijden, tot hij eindelijk, geen uitkomst ziende, en "te forsch (zegt Hooft) om levend van zijn Vaandel te scheiden," zich in dat Vaandel wond, en zoo doorstoken nederviel. - Ik heb gepoogd de heugenis van den edelen Otto Clant weder levend te maken in twee stukken van de Vaderl. Letteroefenn. voor het jaar 1832. Men vindt het gevecht van Boxurn en het sneuvelen van Clant bij Winsemius, fol. 772 en 733. Strada, het gevecht te Buxum ver- meldende, zwijgt onedelmoedig van Clant.


Uit: A.C.W. Staring, verzamelde gedichten, 1981, A.P. ten Bosch Boekverkoper, uitgever Zutphen, herdruk van de volksuitgave uit 1869

[A.C.W. Staring pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.