ROOSJE

Een liedjen uit den Riddertijd

A.C.W. Staring

"Wat ut den ooghen is, is haest vergheten."
Colijn van Rijssele;
Spieghel der Minnen.

   Held Diedrik nam, de Min ten spijt,
   Zijn slagzwaard, van den Paus gewijd;
Zwoer trouw in Roosjes handen,
En trok, langs zee en zanden,
      Voor Acris muur, ten strijd.

      Zijn Liefje kreet hare oogen rood:
      De bronwel van haar tranen vloot,
Twee nachten en drie dagen!
Toen zeeg zij, mat van klagen ...
      Een trooster in den schoot.

      Ten laatste op zoeter krijg belust,
      Komt Diedrik weer van de Ooster Kust:
Hij vindt het ja gesproken;
Het Roosjen afgebroken;
       En gaat alleen te rust!

      Gij Jongers uit de school der Min,
      Let wel! mijn zang heeft leering in:
Geen smart kan eeuwig duren!
Een togt voor Acris muren
      Kost menig zijn vriendin!

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.