Te zingen op een wijs van -J. A. P. Schultz. Melod. zu dem Mildh. Lieberb. Gotha, 1817. Seite 313.
Wij paren juichend stem aan Stem, En groeten u, en danken HEM, Dien GIJ dankt, eedle Schaar ! Die krijgsmoed in uwe aadren goot, En - loerde uit woud en haag de dood - Uw schild bleek in 't gevaar.
Eendragtig stond uw mindertal Aan Limburgs heuvlen strijdend pal, En 's Vijands kreet was "vliedt !". Wat hier der jaren roest verderv'; Wat naam in Zutphens palen sterv'; Uw namen sterven nieL
Hoe zagen ouders, kind en gaâ In tranen u bij 't afscheid na ! Hoe was elks hart te moê! - Thans keerdet gij, met roem gekroond; De Zege heeft uw trouw geloond; En 't io galmt u toe !
Blink' haast de vreugde in al haar 'glans ! Haast vlechte zich ten hoogtijkrans Olijf om 't sluimrend zwaard! Doch stoort de wrok zijn sluimring weêr, 't Ontwaak' van nieuws tot Gelders eer, En blijv' steeds lauwren waard !
Uit: A.C.W. Staring, verzamelde gedichten, 1981, A.P. ten Bosch Boekverkoper, uitgever Zutphen, herdruk van de volksuitgave uit 1869
[A.C.W. Staring pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.