A.C. W. Staring

Aanteekening bij Aan den Winter

Dit stukje neemt, met het volgende, en met den "Veldtogt tegen de Belgen" te weinig plaats weg, om mij niet andermaal op verschooning te laten hopen, dat hier weder verzen, hoewel bepaald voor den huisselijken kring bestemd, buiten denzelven gedrukt verschijnen, met het doel, dat herinneringen, die mij dierbaar zijn, bij Magen en deelnemende Betrekkingen helpen levend houden. - "De Waterloo" Dit Oorlogsschip, in Januarij 1827, bij deszelfs vertrek uit Texel dadelijk door storm beloopen, kwam, na masteloos ankeren voor het Borkumsche rif, enz. te Sheernes aan; werd aldaar hersteld; en zettede eindelijk in Mei zijne reis naar Batavia voort. - "Den Zeeman" Onzen Zoon Maurits Everard Hugo; toen Adelborst.

Naar het gedicht.