Jan Jansz. Starter (1594-1628)

’K heb veel nachten lang gewaeckt...1

’K heb veel nachten lang gewaeckt /
Als een ander hiel sijn rust /
Naer u soete gonst gehaeckt /
Dien ick hiel voor al mijn lust /
Lief ick was u Dienaer immer /
Mind my nu, o mind my nu, o mind my nu,
   Of mind my nimmer.

Schoon die met u soet gesicht /
Met u sucker-soete woorden /
In mijn boesem hebt ghesticht
D’eerste brand die my bekoorden /
Weest voortaen geen suyvre grimmer /
Mind my nu, o mind my nu, o mind my nu,
   Of mind my nimmer.

Laet by u zijn overleyd /
Of ick oock verdien dees smarte /
Daer ick u met dienstbaerheyd
In het beste van mijn harte
Een Altaer van trouheyd timmer /
Mind my nu, o mind my nu, o mind my nu,
   Of mind my nimmer.

Ick swoer u d’eed van mijn trouw/
Dien ick troulijck heb betracht /
’t Welck ghy hoorde wel Juffrou
Maer te weynigh hebt geacht.
Liefd is als een koorts / jae simmer /
Mind my nu, o mind my nu, o mind my nu,
   Of mind my nimmer.

Sterf ick door dees koorts de min /
Daer uwe hulp my mach genesen,
Waert geen schand / dat ghy Goddin
D’oorsaeck van mijn dood soud wesen?
Weest gheen moorderesse immer /
Mind my nu, o mind my nu, o mind my nu,
   Of mind my nimmer.

1 Het is waarschijnlijk een lied. De laatste regels van elk vers zouden een refrein kunnen zijn.

Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 07-sep-96


Coster-pagina