Statenvertaling

Psalm 131



1. Een lied Hammaälôth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijne oogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen, mij te groot en te wonderlijk.

2. Zoo ik mijne ziel niet beh gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijne moeder; mijne ziel is als een gespeend kind in mij.

3. Israël hope op den HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.

Bewerking van Joost van Lodenstein
Vertaling van Joost van den Vondel
Naar de psalmenpagina