Statenvertaling

Psalm 61


Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

2. O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.

3. Van het einde des lands roep ik tot U, als mijn hart overstelpt is; leid mij op eenen rotssteen, die mij te hoog zou zijn;

4. Want Gij zijt mij eene toevlugt geweest, een sterke toren voor den vijand.

5. Ik zal in uwe hut verkeeren in eeuwigheden; ik zal mijne toevlugt nemen in het verborgene uwer vleugelen. Sela.

6. Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijne geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die uwen Naam vreezen.

7. Gij zult dagen tot des Konings dagen toedoen; zijne jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;

8. Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezigt zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat ze hem behoeden.

9. Zoo zal ik uwen Naam psalmzingen in eeuwigheid, opdat ik mijne geloften betale, dag bij dag.

Vertaling van Marnix van St. Aldegonde
Vertaling van Petrus Dathenius
Vertaling van Joost van den Vondel
Naar de psalmenpagina