Tips bij het lezen van Middelnederlandse teksten

'Middelnederlands' is een verzamelnaam voor alle dialecten die tussen 1200 en 1500 in het Nederlandse grondgebied gesproken worden. De sprekers zelf noemden hun taal Diets of Duuts.

Teksten in het Middelnederlands zien er op het eerste gezicht voor een moderne lezer misschien 'vreemd' of moeilijk uit. Gedeeltelijk komt dat natuurlijk omdat de taal in de loop der eeuwen hier en daar veranderd is, men is andere woorden gaan gebruiken en de grammatica is ook veranderd. Toch zijn met een beetje oefening de meeste teksten wel te lezen.

Vooral in het begin is het vaak handig om woorden hardop te lezen. Veel meer dan nu het geval was schreven auteurs toen de woorden nog op 'zoals ze ze hoorden'. Dit had onder andere tot gevolg dat ook in de schrijftaal een veel duidelijker invloed was te merken van het dialect dan nu meestal het geval is. Een ander verschil was dat spelling veel meer op fonetische principes gebaseerd was dan nu.

Er zijn een aantal vuistregels te bedenken die het lezen van middelnederlandse teksten voor de moderne Nederlandstalige lezer iets eenvoudiger maken:

  1. Zogenaamd 'lange' klinkers werden vaak niet aangegeven met verdubbeling zoals in het moderne Nederlands (aa, oo), maar door achtervoeging van e of i:
    ae:
    waer=waar
    ai
    dair=daar
    oe
    scoenhede=schoonheid
    ei
    ue
    scuere=schuur
  2. Vaak werden twee woorden die als een geheel werden gezien ook aan elkaar vast geschreven. (biddic = bid ik)
  3. sc werd gebruikt voor modern sch: scoenhede=schoonheid.
    qu werd geschreven in plaats van kw: quaet=kwaad.
    s werd soms geschreven waar het modern Nederlands z heeft: onsalighe = onzalige
  4. De h werd er soms wel geschreven, terwijl hij in het moderne Nederlands niet uitgesproken wordt en soms niet als hij wel uitgesproken wordt.

Niet alleen werden dialectverschillen nog in de manier van schrijven weergegeven, bovendien waren deze verschillen (waarschijnlijk) nog wat groter dan nu het geval is. Het volgende schema hebben we (enigszins vereenvoudigd) overgenomen uit het boek Oude Zinnen; Grammatical Analyse van het Nederlands tussen 1200-1700 van Frank van gestel, Jan Nijen Twilhaar, Tineke Rinkel en Fred Weerman (uitg. Martinus Nijhoff, 1992). In dit schema geeft bijv . ft-cht aan dat de klankcombinatie ft optreedt in plaats van cht; 0-h geeft aan dat de h-klank op een onverwachte plaats kan ontbreken in het Vlaams; h-0 geeft juist aan dat een h klank op onverwachte plaatsen kan voorkomen.

Hollands Vlaams Brabants Limburgs NO-Nederlands
ft-cht graft
(gracht)
h-0 hute
(uit)
0-h husonde
(huishond)
ald/old-ou walde
(woud)
holden
(houden)
a-e scarpe
(scherpe)
arger
(erger)
e-a herten
(hart)
herte
(hart)
herte
(hart)
geslechte
(geslacht)
verkene
(varken)
o-a gedochte
(gedachten)
i-e mit
(met)
kint
(kent)
Kinnesse
(kennis)
bringen
(brengen)