Albert Verwey

1865 - 1936


Spaansche reis

Het Zichtbaar Geheim

Zijn Aanschijn
Het Beetre
Caïn
Dichter alleen
Omgekeerde Sint Franciscus
Geloover en ontleeder
De gestalte
Hun hartegrond
Hun hulde
Het innerlijk oog
Kuddedichters
Mijn zwijgen
De misten
De moordenaars
Onrust
De openbaring
Profetenbond
De prooien
De roerganger
Heilige Schriften
Symbolum
De uitredding
Veel namen
De voetwassching

Overige gedichten

Ik ben een dichter en der Schoonheid zoon
Nieuwjaarsmorgen
Aan het venster te Ulm
Als een Ethiopisch vorst zijn gloênden stranden
Christus aan het kruis
Cirkelloop
De gesloopte plaats 5
De koopman zit op zijn kantoor en somt
Een koud vermoeden rilt mij door het brein
Gelijk een vader zijn onwillig kind
Granada: droomstad
Het kindje lag gewikkeld in de doeken
Ik heb alleen de woorden, gij den geest
Ik heb mijn hart ú tot een huis gewijd
Ik walg nu van die dagen vol van zon
Ik weet, dat geen die later dit boek leest
De grote hond en de kleine kat
Een zomeravond

Albert Verwey was dichter en geleerde. Als dichter stond hij aanvankelijk sterk onder invloed van Willem Kloos, maar allengs ontdekte hij een eigen weg -- die hem overigens naar een nogal abstracte en verstandelijke poëzie leidde. Als geleerde doceerde hij van 1924 tot en met 1935 in Leiden. Verwey schreef overigens ook essays, vertaalde Dante, gaf het verzameld werk van Vondel uit in een volkseditie, en was op nog allerlei andere manieren actief in 'de Letteren'.