Albert Verwey

Als een Ethiopisch vorst zijn gloênden stranden

Als een Ethiopisch vorst zijn gloênden stranden
Een vloot ontzendt, met schatten rijk geladen,
Goud en ivoor en heerlijke gewaden,
Ten groet en gave een vorst van vreemde landen: -

De schepen pronken langs de blauwe paden,
En heel een bonte stoet gaat uit bij 't landen,
Slavinne' en slaven, met gebogen handen
Knielend ten troon, met schalen en sieraden:

Zóo dringt zich heen de drom van mijn gedachten,
Om u, mijn Vorst en Vriend, geknield te groeten,
Met pracht van 't eêlste, in mijn gemoed gevonden:

Voor u zal 'k volle vloot op vloet bevrachten
Met rijken zang en liefde, en voor uw voeten
De schatten hoopen, die hier onnut stonden.


Bron: Nederlandse letterkunde : De tachtigers / samenstelling Rob van Riet. - Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum, 1986.
Bundel: Van de liefde die vriendschap heet. - Amsterdam: 1885.
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster