Albert Verwey

Ik heb alleen de woorden, gij den geest

Ik heb alleen de woorden, gij den geest,
En zoveel als geest meerder is dan woord,
Is in dit werk meer dat aan u behoort
Dan aan uw dichter, die het schrijft en leest.

Gij gaaft mij goeds uit uwen geest en preest
Mij voor uzelven, bracht ik daarna voort
Uw goed in schoon verband van woord met woord,
Maar minder schoon dan 't in ú was geweest.

En voor mijn woorden reikt gij me uwen lof,
Als een gekruiden drank van rijpen wijn,
Die mij bedwelmt, schoon ik begeer naar meer; -

Want van uw lof gedrenkt denk ik niet eer
Te rusten voor deez' koninklijke stof
Eén roemrijk boek vol grooten geest zal zijn.


Bron: Nederlandse letterkunde : De tachtigers / samenstelling Rob van Riet. - Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum, 1986. Bundel: Van de liefde die vriendschap heet. - Amsterdam: 1885.
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster