Albert Verwey

De gesloopte plaats 5/H3>

Sta op, mijn lief, de zon schijnt door de boomen,
De vogels vliegen al om voedsel uit,
De visscher achter 't huis sleept in de schuit
Zijn net, gevuld met visschen, uit den stroom en

De stalknecht legt op 't voorplein reeds de toomen
Zijn paarden aan, - sta op, mijn lief, mijn bruid,
De aarde is voor ons ook nieuw en schoon en luid,
Sta op, mijn lief, nu is geen tijd voor droomen.

Kom mee, mijn eenigst dat aan 't veld ontbrak.
De reiger stijgt, de ooievaar op het dak
Vliegt hene en weer, den heelen hof doorruischt

De wind, gezeefd door stralen; 't water bruist
Bij 't vallen om de bocht en schuimt en blinkt,
Warm wordt de lucht die dauw en droppen drinkt.


Bron: De bloeiende bongerd / W.C. Wittop Koning, Herman Poort. - Vijfde druk. - Groningen, Den Haag: J.B. Wolters, 1928. Bundel: Het levensfeest
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster