Albert Verwey

Gelijk een vader zijn onwillig kind

Gelijk een vader zijn onwillig kind
Bestraft met schijnb'ren toorn, maar smart in 't hart,
En, schoon kastijdend, zelf wel voelt hoe hard
De straf moet zijn voor 't kind dat hij bemint, -

En onder 't straffen in zichzelven zint
En hoopt f het berouwvol wordt, - en mart,
O zoo verlangend, na die dubb'le smart
Héél lief te wezen voor zijn lieve kind: -

Zóó toornde ik ook op u, mijn ziel! die zwaar
Gezondigd hebt door uw zoo kleine leed
Te laten smetten uw zoo groote vreugd,

En, o, zoo lang, zoo teêr begeerde ik naar
't Berouw, dat meer vergoedt dan ge ooit misdeedt,
Daar wel 't berouw, maar niet de zonde heugt.


Bron: De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten / Samengesteld en ingeleid door Robert-Henk Zuidinga. - Amsterdam: Sijthoff, 1985
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster