A. Verwey

Een zomeravond

De poëzie komt over me als een droom
Vol sterren en een lijfelijke nacht
Van duister, waar me een hel gelaat van licht
En vriendlijke oogen--enkel dat gelaat,
Want ál de rest is nevel zonder vorm.
En heel den nacht nijg ik me er heen en houd
Stille gemeenschap tot de morgen daagt.--
Dan lig ik stil met half geloken wimpers
Te staren, waar ik telkens nog den lach
Dier ogen meen te zien en 't blonde haar
Half over 't voorhoofd--dan zijgt zijwaarts af
Mijn hoofd in 't kussen en ik slaap in 't licht.


Project Laurens Jz. Coster