Joost van den Vondel– (1587-1679)

KINDER-LYCK.

Aº. 1633?

Constantijnt je, ’t zaligh kijntje
     Cherubijnt je, van om hoogh,
D’ydelheden, hier beneden,
     Vitlacht met een lodderoogh.
Moeder, zeit hy, waarom schreit ghy?
     Waarom greit ghy, op mijn lijck?
Boven leef ick, boven zweef ick,
    Engeltje van ’t hemelrijck:
En ick blinck’ er, en ick drincker
     ’t Geen de schincker alles goets
Schenckt de zielen, die daar krielen,
     Dertel van veel overvloets.
Leer dan reizen met gepeizen
     Naar pallaizen, uit het slick
Dezer werrelt, die zoo dwerrelt.
     Eeuwigh gaat voor oogenblick.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001