Joost van den Vondel (1587-1679)

DE CXXIXe PSALM.

A. 1643

1.

O Hoor! om noodhulp riep
Ik U, uit s afgronds diep;
O Heer! aanhoor ons schreyen,
En luister toch, en lot
Met aandacht naar t gebed,
Waardoor wij hulp verbeyen.

2.

Wilt Gij ten oordeel gaan
Op tgeen hier werd misdaan,
Wie kan zijn zaak verweren?
Maar Gij verzoent de smet,
Door Uw genadewet;
Geen misdaad kan mij dooren.

3.

Mijn ziel betrouwde op t Woord
Van God, die mij verhoort;
Mijn ziel beval haar zorgen
Aan God; al Gods geslacht
Betrouwt haar hoop Gods wacht,
Tot s nachts toe van den morgen.

4.

Want bij zijn Majesteit
Vindt elk barmhertigheid,
En volheid van genade.
Hij strekt der stammen zoon;
Hij rekent geen misdoen,
En draagt hun schuld en schade.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001