Joost van den Vondel (1587-1679)

GRAFSCHRIFT OP EEN MUSCH.

A. 1650

Hier let de Hofmusch nu en rot.
Zij broeide slangen in haar pot,
Leicesters en Ducdalfs gebroed;
Zij scheet de Vrijheid op den hoed,
De grootste steden op het hoofde;
Zij schon en at het lekkerst ooft,
En pikte, zonder schrik en schroom,
De rijpste kansen op den boom;
Zij vreesde kluitboog, spat, noch knip;
Den molik kende ze op een trip;
Zij vloog den Baas van zijne hand,
En speelde met de macht van t land;
Zij borst aan eene spinnekop,
Terwijl ze drank, en sprak: dit sop
Bekomt mij zeker niets te wel;
De rest geeft Aertsen een Capell!


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001