Joost van den Vondel (1587-1679)

VERTOONINGEN IN SALMONEUS.

Aļ. 1656

I.

Salmoneus-Jupiter, gevolgd van Godendommen
    Treedt, aangeprikkeld van de Staatzucht, naar de brug,
Daar Elis uitziet om dien God te wellekommen.
    Wie steiler klamt dan ít past, kan naauwlijks terug.

II.

Het priesterdom en ít volk, op ít klinken der trompetten,
    Aanbidden, offeren een sterfelijke macht,
Die met den bliksem dreigt weÍrspanningen te pletten.
    Zoo staat een taaye boog gespannen uit zijn kracht.

III.

Hier legt Salmoneus met zijn Hierofant getroffen,
En in zijn wagenpraal geknakt, gebrand, geschend.
Aldus verlcert de wraak van boven ít ijdel stoffen;
Wie wijs is, hoŻ zich laag, en in zijn element.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001