Joost van den Vondel (1587-1679)

BATAVISCHE GEBROEDERS

OF ONDERDRUKTE VRIJHEID

INLEIDING TOT BATAVISCHE GEBROEDERS.

„In algemeenen zin,” zoo zegt Van Lennep in zijn critisch overzicht, „vinden wij in dit stuk den strijd voorgesteld tusschen vaderlandsliefde en dwinglandy, tusschen een volk, eenvoudig van zeden, en dat in zijn teederste belangen voortdurend wordt gekwetst, en baldadige, van alle zedelijkheid ontaarde onderdrukkers. Afschrik en medelijden wisselen elkaar beurtelings af. – Gaan wy de roerselen van dit treurspel meer in bijzonderheden na, wij vinden daarin de verschillende gemoedsbewegingen op ’t levendigst voorgesteld aan de zijde der lijdende partij, angst, verzet, kommer, die tot wanhoop stijgt, onrust, haat, woede, kinderen broederliefde, trots, hooghartige minachting van den dood: – aan de zijde des geweldenaars list, veinzerij, loosheid, zelfzucht, wreedheid, enz. Zijn er hier en daar aanmerkingen op te maken, vooral wat de voorstelling van tijd en plaats betreft, wij vergeten ze, om de heerlijke schildering der hartstochten, om den rijkdom der poëzy en om de frischheid der diktie. Hoe meer men het treurspel leest, hoe meer men tot de slotsom zal komen, dat het onder de beste van Vondels dramatische gewrochten behoort gerangschikt te worden.”

De historische gegevens heeft Vondel uit Tacitus. Uit dramatisch oogpunt is de handeling onvoldoende, ook merkt men eigenlijk te weinig van de daden van de hoofdfiguur, Nikolaas Burgerhart, die wel wat te veel praat. Het stuk is aanvankelijk slechts drie maal opgevoerd.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001