Joost van den Vondel (1587-1679)

KONING EDIPUS, UIT SOFOKLES.

T R E U R S P E L.

Aļ. 1660

Inhoud van koning Edipus;

GEDICHT DOOR ARISTOFANES, DEN LETTERKUNSTENAAR.

Vorst Edipus, met lasterlijken hoon,
Gescholden voor een onrecht bastertzoon
Van Polybus, trekt van Korinthe uit toorn
Naar Delfi, om uit Febusí mond te hooren
Uit welk een stam hij sproot, en uit wat bloed.
De zoon, och arme! onwetende gemoet,
Op ít enge spoor des driesprongs, zijnen vader
En velt hem neÍr. Hierna is hij de rader
Des raadsels, hem diepzinnig voorgezet
Van Sfinx, waar door hij deerlijk zich besmet
Met moeders echt. De landplaag trof ít geweste
Van Thebe, met onvruchtbaarheid en peste!
Dies Kreon, dien men voort naar Delfi zond,
Tot antwoord brocht, uit God Apolloís mond,
Dat dí artsenij, en ít stillen van de plagen
Gereed was, zoo de geest van dien verslagen
Vorst Lajus werd gezoend in volle kracht,
De moordenaar om zijne vaderslacht
Verdreven. toen nu Edipus dit hoorde,
Hij dí oogen uit zijn hoofd mistroostig boorde.
De moeder eindt haar leven met een koorde.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001