Joost van den Vondel (1587-1679)

ELEKTRA, VAN SOFOKLES.

AULUS GELLIUS IN HET ZEVENSTE BOEK, EN VIJFDE HOOFTSTUK VAN ZIJN ATTISCHE NACHTEN:

In Griekenland was een wijd vermaard tooneelspeelder, die in gebaar, bevalligheid, en heldere uitspraak alle anderen overtrof. Men noemde hem Polus. Hij speelde der doorluchtige poŽten treurspelen meesterlijk, en onbeteuterd. De dood benam hem zijnen zoon, op wien hij al zijn hart gezet hadde. Toen hem docht, dat de rouw uit, en zijn kind genoeg beweend was, begaf hij zich weder tot de kunst, om wat te winnen. Zullende in dien tijd tí Athene Sofoklesí Elektra spelen, most hij kwansuis Orestesí doodbus en gebeente dragen. De inhoud van dit treurspel brengt mede, dat Elektra, kwansuis haar broeders overschot dragende, beschreit en betreurt de dood des genen, dien ze meent bij ongeval omgekomen te wezen. Polus dan, Elektraís rouwkleederen aantrekkende, haalde zijn zoons gebeente en doodbus uit den grave, en, gelijk of hij Orestes nog omhelsde, bootste zoo die dreef heid na, niet met eenen gemaakten schijn, maar natuurlijke lijkklachten, en warachtige tranen, en verwekte door dit middel, onder het spelen, zijn eige droefheid.

JUSTUS LIPSIUS, HET LICHT DER GELEERDHEID ONZER EEUWE, SPREEKT DOOR LANGIUS, IN HET EERSTE BOEK VAN ZIJN STANDVASTIGHEID, ALDUS:

Men zegt van Polus, dien vermaardeni tooneelspeelder, toen men tí Athene zoode spelen het spel, waarin men droefheid most uitbeelden, dat hij heimelijk zijn overleden zoons gebeente en doodbus op het tooneel brocht, en den geheelen schouwburg met warachtigen rouwe vervulde.

I N H O U D.

In deze fabel wordt de grijze voÍstervader of leermeester vooraan gesteld, die Orestes ontdekt al hetgeen ít, Argos gebeurde; want Elektra, een groothartige dochter, verzendt haren broeder Orestes, nog een kind, heimelijk gestolen en den voÍstervader geleverd, na Focis, bij Strofius, vanwaar hij eindelijk, twintig jaren na ís vaders dood, wederkeerende, wraak neemt over zijn vaders moord.

De fabel wordt tí Argos gespeeld. De Rei bestaat uit inlandsche maagden. De leermeester spreekt de voorrede.

BREEDER INHOUD.

Nadat alle vorsten van Griekenland, om het schaken van Helene met eede verbonden, in Aulis verzameld waren, om met gemeene macht het ongelijk, hun van den Trojanen aangedaan te wreken, werd Agamemnon veldheer over het gansche leger gekozen. Toen dees, belust op de jacht, in het naaste woud, een zeker uitmuntende en gespikkeld hart, der Godinne toegewijd, geschoten had, verlette de Godes, om dit schendig stuk gesteurd, de geheele vloot door onweder, zulks dat ze noch wederkeeren, noch den opgezetten tocht volvoeren konden. De legerwichelaars, met het orakel dezer Godheid raad levende, zeiden dat hare verbolgenheid niet bedaren kon, ten ware Agamemnon, in stede van ít gedoode hart, zijne dochter Ifigenea offerde, gelijk ít gebeurde. Zoodra de koning, na de verwoesting van Troje, weder thuis kwam, werd hij van zijn gemalinne Klytemnestra, door ít ingeven van Egisthus, met wien zij, gedurende den krijg, boeleerde, afgemaakt. Elektra, een groothartige dochter, om haar vaders neÍrslag gebeten en verbitterd, en beduchtende dat ze met Orestes den zelven gang mochte gaan, verzond het kleene kind ter sluik naar Focis, bij Strofius, om daar opgevoed, en tot zijne jaren gekomen wezende, tí eeniger tijd van daar, tot vaders wrake, te mogen opdonderen. Maar toen ze, na het verloop van velej Jaren, terwijl ze dagelijks van hare moeder veel hoons moet uitstaan, niet zekere van Orestes vernam, en dc hoop van hare verlossinge uit was, leÓde zij toe om ít uiterste te wagen. Zij ging Chrysothemis, de zuster, aan met gebeden, gramschap, dreigementen, en voort op allerleye wijze, om haar, bij mangel van Orestesí wederkomste, te brengen daartoe, dat ze gezamentlijk, met hare eige handen, ís vaders moordslag zouden straffen; doch de zuster, laffer van geest, wikte haar eigen vermogen tegens de zwarigheid van dit bestaan, en dreef dat dit geen maagdenwerk was; dat ze, van alle toeverlaat ontbloot, tegens ít geweld der tyranny niet op mochten; en sloeg vele andere bedenkingen voor, waarmede zij zich verontschuldigde, en van dit voornemen poogde te doen afstaan Elektra, die even gestreng bij het vorige opzet bleef, en bij hetgeen, waartoe de gelede wederwaardigheid en godvruchtigheid tegens den vader haar aanmaande, en prikkelde; achtende eerlijker, het leven daarvoor op te zetten, dan zulk een godvergeten schelmstuk over ít hoofd te zien. Ten lange leste, in het twintigste jaar na den vadermoord, na zoo veel hoop en wanhoop over en weder, wordt Orestes met Pylades heimelijk tí Argos van zijnen leermeester en opvoeder gebrocht, die om, volgens het onderwijs van Apolloís Orakel, dit bestek bekwamer en veiliger uit te voeren, Klytemnestra valsche tijding brengt van haar zoons dood; hoe hij in den Pythischen renstrijd omgekomen en verongelukt is; en zij brengen (om dit met geloofwaardigheid te stoffeeren) te voorschijn de doodbus,waarin Orestesí asch kwansuis begraven legt. De koningin, vrolijk om den dood desgenen, dien ze met schrik, als een wreker van zijn vaders bloed, te gemoet zag, braveerde en beschimpte nu, baldadiger als voorhene, Elektra, die gedurig haar broeders ballingschap en elende beweende. Maar Orestes, eindelijk geraakt met een broederlijke genegenheid tí haarwaart, legt het momaanzicht voor hare oogen af, en maakt zich aan zijne zuster bekend; en zij helpen Klytemnestra (die, terwijl Egisthus in de voorstad gegaan was, het huis alleen bewaarde) van kant. Egisthus, van buiten inkomende, en alreede geruchten van de aankomste der Focenser gasten en Orestesí omkomen gehoord hebbende, werd Klytemnestraís lijk getoond, ítwelk men, terwijl het bedekt was, voor Orestesí lichaam aanzag. De bedriegerij nu ontdekt zijnde, holp men hem, terzelver plaatse, daar hij ít Agamemnon klaarde, aan een zijde, tot een rechtvaardige vergeldinge zijner schelmerijen.

GESLACHTBOOM VAN AGAMEMNON EN EGISTHUS:

Jupiter.
Tantalus.
Pelops.
Atreus.
Agamemnon.
Orestes.
Thyentes.
Egisthus.

P E R S O N A G I ň N.

LEERMEESTER.

ORESTES.

ELEKTRA.

REI VAN INLANDSCHE MAAGDEN.

CHRYSOTHEMIS.

KLYTEMYESTRA.

EGISTH.

PYLADES, een stomme personagiŽ.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001